Behandelingstoestellen van afvalwaters
Bij vetafscheiders en slijkvangers moeten de korven permanent onderhouden worden en jaarlijks moet een volledige controle en eventuele reiniging gebeuren.
Bezinkputten dienen regelmatig gecontroleerd en indien nodig geruimd worden.
Ook een septische put vergt voor een optimale werking permanent onderhoud: de bovenste sliblaag moet regelmatig verwijderd worden, de verbindingsspleet tussen het bovenste en onderste kompartiment gereinigd, het behandeld water en de bakteriënfilter gecontroleerd, waarbij het filtreermateriaal gereinigd wordt en de verluchting nagezien.
Opm: Het door een bakteriënfilter behandeld water mag geen stoffen in suspensie meevoeren en wanneer het degelijk gezuiverd is, zal het meestal helder of weinig ondoorschijnend, kleurloos of tabakkleurig zijn.
Er moet echter een onderscheid gemaakt worden tussen een aërobe en anaërobe bakteriënfilter. 2 maal per jaar moet een septische put geledigd worden, waarbij ongeveer 1/5 van het slib in het verteringsvak van de put wordt gelaten en jaarlijks dienen de verluchtingspijpen nagezien en eventueel vrijgemaakt worden.
Controleer om de 2 jaar de dichtheid van de put.
Opm: Sommige deskundigen zijn van oordeel dat septische putten gedurende meerdere jaren zonder ledigen kunnen werken, op voorwaarde dat ze goed gebouwd zijn, korrekt worden gebruikt en zorgvuldig onderhouden. De controleverrichtingen die jaarlijks in het voorjaar moeten worden uitgevoerd zijn de volgende:
- vrijmaken van de vernauwde doorgangspunten (gaten en spleten in de wanden die de compartimenten scheiden, toe- en afvoerbuizen)
- controle van de dikte van de bovendrijvende korst die niet groter mag zijn dan 10 tot 15 cm. Na het ledigen van de put of na een werking in ongunstige omstandigheden, kan het nuttig zijn een herinzaaiing uit te voeren met in de handel verkrijgbare samenstellingen.

