Kurk
Kurk is afkomstig van de schors van de kurkeik. Na het pellen wordt de schors vermengd met harsen en in blokken geperst. Tenslotte zaagt men de blokken in tegels of stroken, klaar voor gebruik.
De natuurlijke kleur gaat van lichtbeige over roodbruin tot bruin, maar door toevoeging van kleurstoffen zijn er nu ook andere tinten verkrijgbaar.
Ondanks zijn soepelheid is kurk een sterk product met een goede slijtweerstand. Het is waterdicht waardoor het ook geschikt is voor badkamers en keukens.
Door zijn isolerende waarde voelt het warm aan en bovendien is het akoestisch isolerend.
Het wordt zowel voor muur- als vloerbekleding gebruikt, waarbij voor vloerbekleding kurk met een grotere dichtheid wordt gebruikt.
Kurktegels of -banen hebben een dikte van 2,3 tot 4 mm en worden op een perfect gladde ondergrond gekleefd. De kurk wordt afgewerkt met een viertalvernislagen.
Voor een ondergrond die iets minder perfect is zijn de zwevende kurkvloeren geschikt. Kurktegels of kant-en-klare kurkpanelen, die bestaan uit een toplaag en een onderlaag in kurk met daartussen plaatmateriaal worden met tand en groef in elkaar verlijmd of simpelweg droog in elkaar geklikt.

