De stijgverhouding van de trap
![]() |
| foto: Spira |
Dit is een maat voor de hellingsgraad van de trap; hoe steiler de trap, hoe moeilijker begaanbaar. In dit verband spreken we van :
- de optrede 'o' (= de hoogte van de trede)
- de aantrede 'a' (= de diepte van een trede zonder de oversteek of neus)
- de neus (of oversteek) 'n' (= de afstand waarmee de ene trede de onderliggende overlapt)
De ideale stijgverhouding is 2 'o' + 'a' = 60 à 63 cm (63 cm is de gemiddelde staplengte van een volwassene). De neus mag maximum 5 cm bedragen omdat je er anders met je voet kan blijven achterhaken. Als je bovendien nog weet dat een totale tredediepte van 25 cm een minimum diepte is voor een volwassen voet, kom je tot volgende minimum afmetingen:
25 cm - de neus (5 cm) = 20 cm = a
2'o' + a = 60 cm
2'o' + 20 cm = 60 cm
2'o' = 40 cm
'o' = 20 cm
In dit geval is o =a wat een hellingsgraad van 45 ° geeft. Dit is een steile trap, enkel aan te raden als je maar een beperkte ruimte voor je trap beschikbaar hebt.
Beter is een aantrede van 25 cm
2'o' + a = 63 cm
2'o' + 25 = 63 cm
2'o' = 38 cm
'o' = 19 cm
Samengevat kunnen we het volgende zeggen:
- de optrede moet variéren tussen 17 en 20 cm.
- de aantrede tussen 21 en 29 cm
- de neus bedraagt maximum 5 cm.
- de totale tredediepte (neus + aantrede) bedraagt minimum 25 cm.
Opmerking:
Open trappen (zonder stootbord: d.i. de afbekleding tussen twee opeenvolgende treden) kunnen steiler zijn dan gesloten trappen (met stootbord).
De trapleuning wordt 90 cm boven de voorkant van de treden geplaatst. Als je nog kleine kinderen hebt, zorg er dan voor dat ook de ruimte tussen leuning en trap veilig is zodat ze er niet kunnen doorvallen.


